Reacties van bezoekers aan Leiden:
| Er zijn nog geen reacties geplaatst
Zelf een reactie plaatsen
 |
|
|
Een bijnaam voor Leiden is "de Sleutelstad", zo genoemd naar de sleutels in het stadswapen. De sleutels verwijzen naar Sint Pieter, in de bijbel de apostel Petrus. Deze is de schutspatroon van Leiden en naamgever van de voornaamste kerk, de Pieterskerk. Petrus zou van Jezus de sleutels van de hemel hebben ontvangen en is daarmee in de opvatting van de Rooms-katholieke kerk de grondlegger van het pausdom, dat wil zeggen dat Petrus, na de hemelvaart van Jezus, de plaatsvervanger was op aarde, evenals alle daarop volgende pausen. Vergelijkbare sleutels als die van Leiden komen voor in het wapenschild van het Vaticaan.
Tot Leiden behoren ook de randgemeenten Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude. Daarnaast grenst Leiden aan de kustgemeenten Wassenaar en Katwijk.
De stad ontstaat als dijkdorp aan de voet van een kunstmatige heuvel op het punt waar de Oude en de Nieuwe Rijn samenvloeien. In de oudste vermelding daterend uit circa 860 heet het toenmalige dorp Leithon. In de burcht die op de heuvel staat zetelt aanvankelijk een leenman van de bisschop van Utrecht, maar de Burcht van Leiden komt omstreeks 1100 in handen van de graaf van Holland. Vanaf dan begint op de zuidelijke Rijnoever de groei van het huidige Leiden. De graaf bouwt er zijn hof en sticht er een kapel, de voorloper van de huidige Pieterskerk.
De gunstig gelegen nederzetting krijgt in 1266 bevestiging van de reeds eerder verleende stadsrechten en ontwikkelt zich door de bloeiende lakennijverheid tot een van de grootste steden van het gewest Holland. De lakennijverheid is binnengebracht door wevers uit Ieper, die in de 14e eeuw uit hun stad vluchten voor de pest. In 1389, wordt de stad uitgebreid met het stadsdeel tussen Rapenburg en de Witte Singel.
15e en 16e eeuw
In 1572 kiest de stad de zijde van de anti-Spaanse opstand. De Spaanse landvoogd Requesens slaat in 1574 het beleg voor de stad neer. Nadat dit beleg is afgeslagen - het Leidens ontzet van 3 oktober 1574 - krijgt de stad in 1575 een universiteit, de eerste van de Noordelijke Nederlanden. Hiermee betuigde stadhouder Willem van Oranje zijn dankbaarheid aan de Leidenaren, die het beleg door de Spanjaarden hadden weerstaan, namens koning Filips II. Hierdoor bezit Leiden de oudste universiteit van Nederland.
17e en 18e eeuw
In de 17e eeuw ontstaat er grote welvaart, dankzij de impuls die vluchtelingen uit Vlaanderen geven aan de textielnijverheid. De stad, die voor het beleg van 1574 ongeveer 15.000 inwoners telde, ongeveer een derde deel laat het leven, is in 1622 tot 45.000 inwoners uitgegroeid. Rondom 1670 is zelfs het aantal van 70.000 bereikt. In de Gouden Eeuw is Leiden, na Amsterdam, de grootste stad van Holland. De bevolkingsgroei maakt aanleg van nieuwe grachten en singels noodzakelijk. Het huidige centrum van Leiden, herkenbaar aan het singelpatroon, wordt in 1659 voltooid.
Tegen het einde van de 16e eeuw ontwikkelt Leiden zich tot een belangrijk centrum van drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels. De beroemde drukker Christoffel Plantijn woont er een tijdje net als één van zijn leerlingen: Lodewijk Elsevier (1547-1617), een telg uit een beroemd uitgeversgeslacht, wiens boekhandel en drukkerij de grootste van Leiden wordt. Elsevier vlucht in 1580 uit Leuven, toen in handen van de Spanjaarden. In de 17e en 18e eeuw heeft Leiden een grote naam op het gebied van de (wetenschappelijke) uitgeverij en boekhandel.
In de 18e eeuw raakt de textielnijverheid in verval. Door protectionistische maatregelen in Frankrijk verslechterd de concurrentiepositie snel. Door de hoge lonen, omdat de kosten van levensonderhoud en de belastingdruk hoog waren. De Leidse textielondernemers brachten het productieproces naar plaatsen buiten Holland: Twente en de omgeving van Tilburg.
Op 12 januari 1807 wordt de stad door een catastrofe getroffen als een buskruitschip ontploft: de Leidse buskruitramp. Circa 150 burgers komen om het leven. Koning Lodewijk Napoleon bezoekt de stad om de hulp aan de slachtoffers te coördineren. Op de plaats van de door de ontploffing veroorzaakte "Ruïne" wordt later het Van der Werffpark en het Kamerlingh Onnes Laboratorium gebouwd.
In 1842 wordt Leiden aangesloten op de belangrijke spoorlijn naar Haarlem. In 1843 komt de verbinding met Den Haag tot stand.
In 1866 wordt de stad getroffen door de laatste grote epidemie (cholera). Deze leidt in 1868 tot de start van de bouw van het nieuw Academisch Ziekenhuis (waar nu het Rijksmuseum voor Volkenkunde is gevestigd).
In de 19e eeuw komt er enige verbetering in de zeer slechte sociaal-economische situatie, van de stad mede dankzij de spoorlijn. Omstreeks 1900 is het aantal inwoners nog steeds niet boven de 50.000 opgeklommen. Pas in 1896 begint Leiden uit te breiden buiten de 17e eeuwse singels door annexatie van delen van Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Na 1920 vestigden zich nieuwe industrieën in de stad, zoals de conservenindustrie (oostelijke binnenstad) en metaalindustrie (Hollandse Constructie Groep). Rond 1920 werd het eerste grote sociale woningbouwproject, de wijk De Kooi, gerealiseerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog is Leiden zwaar getroffen door geallieerde bombardementen. De omgeving van het station en de Marewijk (tegenwoordig de omgeving van het Schuttersveld en de Schipholweg) zijn vrijwel geheel met de grond gelijk gemaakt.
Het huidige Leiden profileert zich vooral als een centrum van wetenschappelijke kennis en nieuwe technologie.
|
|
 |
Direct toegang tot informatie van Leiden via SMS |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Toegang tot informatie van Leiden, meer steden en meer dagen? via iDeal |
|
|  |
 |
 |
 |
 |
|
|